ATEX komt van 'Atmosphères Explosibles' — de Europese richtlijn die explosieve atmosferen classificeert. Elke industriële site met vluchtige stoffen of poeders werkt met ATEX-zones.
Gaszones (0, 1, 2)
- Zone 0 — permanent (>1000 u/jaar) explosieve atmosfeer aanwezig. Binnen tanks, reactors.
- Zone 1 — regelmatig (10-1000 u/jaar) explosieve atmosfeer bij normale werking.
- Zone 2 — zelden en kort. Vaak omgeving rond flenzen of pompen.
Stofzones (20, 21, 22)
- Zone 20 — permanente stofwolk (silo binnenzijde).
- Zone 21 — regelmatige stofwolk (naast een vulopening).
- Zone 22 — zelden en kort (opslagruimte).
Wat mag een brandwacht wel/niet?
In ATEX-zones is alle apparatuur EX-gecertificeerd: portofoons, gasmeters, zaklampen. Klassieke smartphones zijn verboden — één statische ontlading kan een deflagratie starten. De brandwacht draagt antistatische FR-kledij en veiligheidsschoenen zonder metalen inserts.
Hete werken in ATEX-zones
Verboden zonder aparte 'ATEX-vuurvergunning'. De zone moet mechanisch geventileerd en gasvrij gemeten worden (< 10 % LEL) vóór aanvang. Continu meten tijdens de klus is verplicht.
Zone 0 en 20 zijn no-go voor hete werken. Zone 1 en 21 alleen met bijzondere procedure. Zone 2 en 22 met verhoogde alertheid.
