← Kennisbank
Uitrusting

Brandklassen A, B, C, D en F uitgelegd

Welke blusser voor welke brand? De Europese classificatie in één overzicht.

5 min leestijd
Brandklassen A, B, C, D en F uitgelegd

De Europese norm EN 2 verdeelt branden in vijf klassen op basis van de brandstof. Elke klasse vraagt een aangepast blusmiddel — de foute keuze kan de brand versterken of levensgevaarlijk zijn.

Klasse A — vaste stoffen

Hout, papier, textiel, kunststoffen. Blussen met water, waternevel, schuim of poeder ABC. Deze brand geeft gloeiende resten — waterig blussen is nodig om herontsteking te voorkomen.

Klasse B — vloeistoffen en smeltbare stoffen

Benzine, olie, verf, alcohol, was. Blussen met schuim, poeder BC/ABC of CO₂. Nooit met water — dat spat de brandstof rond.

Klasse C — gassen

Aardgas, propaan, butaan, waterstof. Eerste stap: gastoevoer sluiten. Blussen met poeder BC of ABC. Nooit blussen zonder de bron te sluiten — een vlammenzee is veiliger dan een gaswolk zonder ontsteking.

Klasse D — metalen

Magnesium, aluminium-poeder, titanium, natrium. Gewone blussers werken NIET. Vereist speciaal metaalpoeder (D-poeder) of droog zand. Water veroorzaakt een explosie.

Klasse F — frituurvet

Bakoliën en dierlijke vetten in keukens. Vereist een F-klasse-blusser (kaliumacetaatoplossing). Poeder of water zorgt voor een 'fat fire' explosie met vlammen tot 5 meter hoog.

Onthoud

Voor een brandwacht in industrie zijn poeder ABC + CO₂ de standaardcombinatie. Voor keukens is een F-blusser wettelijk verplicht.

Spoedinzet

Nood aan een brandwacht — vandaag nog?

Onze wachten zijn binnen 2 uur op locatie in Vlaanderen. 24/7, ook in het weekend.