Bij lassen ontstaan vonken die tot 11 meter kunnen wegspringen en tot 1000 °C heet zijn. Ze kunnen kruipen door spleten in vloeren, onder pallets of in isolatiemateriaal — en pas uren later ontsteken tot brand.
Waarom lassen zo verraderlijk is
De gevaren zijn niet altijd zichtbaar tijdens het lassen zelf. Een enkele vonk die in isolatiemateriaal terechtkomt, kan er 30-45 minuten smeulen voor open vuur ontstaat. Wanneer de brandwacht is vertrokken, is er niemand om het op te merken.
Vier onderschatte scenario's
- Vonken die door vloerdoorvoeren in een lager niveau vallen
- Warmte-overdracht door metalen leidingen naar de andere kant van een muur
- Smeulende glimbrand in isolatiemateriaal of houten balken
- Onopgemerkte druppels smeltwater in kabelgoten
Preventiemaatregelen
- Zone 11 m rondom volledig vrijmaken
- Vloeropeningen dichten met brandwerende dekens
- Warmte-controle van de andere kant van muren
- Nabewaking minstens 60 minuten met warmtebeeldcamera
- Extra observatie van holle ruimtes en isolatiemateriaal
- Verwijderen van brandbaar stof uit de omgeving
Type lassen en hun specifieke risico's
- MIG/MAG (draadlassen): grote vonkenregen, matige spatafstand
- TIG (wolfraaminert gas): weinig vonken, wél sterke UV en warmte
- Elektrodelassen (SMAW): veel vonken en gloeiende slakresten
- Snijbranden (autogeen): extreem hoge temperaturen en gloeiende slak
- Plasmasnijden: enorme vonkenregen en smeltdruppels
Sectoreisen
In petrochemie geldt een verhoogde nabewaking en meestal het gebruik van een lasbek — een tent van vlamvertragend doek rond de laszone. In erfgoedgebouwen is nabewaking standaard 120 minuten. In dakbouw (bitumenbranden) minimum 120 minuten op twee posten.
Een brand na hete werken ontstaat gemiddeld 22 minuten na de laatste vonk — precies de tijdspanne waarin veel bedrijven fout de brandwacht wegsturen. Zestig minuten nabewaking is niet 'veel', het is 'genoeg'.
